Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Belang van een goede gezondheid

Door gezond te leven kan je zelf het heft in handen nemen om je lichaam in goede conditie te houden. Heel algemeen kunnen we stellen dat een gezonde voeding, regelmatig bewegen en voldoende rust de basis vormen voor een goede gezondheid. Daarnaast heeft stoppen of minderen met roken ook een positieve invloed op je gezondheid.

Gezonde voeding

De basis voor een gezonde voeding zijn variatie, aangepaste porties en routine. We overlopen de verschillende groepen van de voedingsdriehoek. Hoe breder het onderdeel van de driehoek, hoe meer je er van mag eten of drinken. Het is aan te raden om iedere dag uit elke groep één of meer dingen te kiezen. De aangegeven hoeveelheden zijn voor volwassenen en kunnen van persoon tot persoon verschillen. We geven telkens aan wat de algemeen geldende norm is voor mensen met hiv.

Water

Een volwassene mag 1,5 tot 2 liter water per dag drinken. Mensen met hiv mogen zeker 2 liter water drinken. Mogelijke bijwerkingen van hiv-medicatie zijn nierproblemen. Veel water stimuleert de goede werking van de nieren en helpt nierstenen te voorkomen. Hoe lichter, helderder van kleur je urine is, hoe beter de hoeveelheid water in het lichaam.

Aardappelen en graanproducten 

Aardappelen en graanproducten bestaan uit een heleboel koolhydraten. Dit zijn suikers en zetmeel die het lichaam de nodige energie leveren. De meeste voedingsvezels zijn terug te vinden in bruin brood, volkoren pasta, zilvervliesrijst, muesli, ontbijtgranen, aardappelen. Zij zorgen voor een goede darmwerking, bevatten vitaminen (vooral vitamine B) en mineralen (zink, ijzer, magnesium). De energiebehoefte voor de gemiddelde volwassene ligt op 25 tot 30 kilocalorieën per kilo lichaamsgewicht per dag. Bij mensen met hiv  is die tussen 30 tot 35 kcal/kg/dag.  Door een verminderde werking van het afweersysteem hebben zij een grotere behoefte aan energie.

Groenten en fruit 

Groenten en fruit bevatten vitaminen, mineralen, vezels en antioxidanten. Alle cellen van het lichaam krijgen iedere dag te maken met ‘indringers’, die ervoor zorgen dat het verouderingsproces van de cellen wordt versneld. Om die versnelling tegen te houden, heeft het lichaam antioxidanten of verdedigingsstoffen nodig. Deze verdedigingsstoffen ondersteunen ook het afweersysteem en beschermen het lichaam tegen onder meer hart- en vaatziekten, ouderdomssuikerziekte, trombose, bepaalde kankers. Wanneer het lichaam te weinig antioxidanten krijgt, is er sprake van oxidatieve stress. Mogelijke oorzaken van oxidatieve stress zijn roken, zon, luchtvervuiling, stress, sport, hiv. Volwassenen hebben behoefte aan ongeveer 300 gram groenten per dag en 2 à 3 stukken fruit.

Om het afweersysteem aan te sterken, hebben mensen met hiv nood aan extra vitaminen, mineralen en antioxidanten zoals:

  • bètacaroteen in wortelen, donkergroene bladgroenten, kool, nectarines, abrikozen, perziken;
  • foliumzuur in spinazie, spruitjes, broccoli, appelsienen, aardbeien, peulvruchten;
  • selenium in noten, eieren, zeevis;
  • vitamine B6 in peulvruchten, noten, aardappelen, volkoren producten, vis;
  • antioxidanten in noten, zaden, kiemen, olie;
  • vitamine E in noten, olie, eieren, volkoren producten;
  • vitamine  A in lever, margarine, eierdooier, vette vis zoals sardientjes, zalm, makreel;
  • zink in vlees, volkoren producten, zeevis.

Vlees, gevogelte, vis, eieren 

Vlees, gevogelte, vis, eieren zijn rijk aan eiwitten, ijzer en vitamine B12. Deze voedingsstoffen spelen een grote rol in de opbouw en het onderhoud van het lichaam. Ijzer is noodzakelijk voor de aanmaak van rode bloedcellen en helpt bij de afbraak van schadelijke stoffen. De opname van ijzer wordt bevorderd door vitamine C. Wie plantaardige vleesvervangers zoals quorn en tofu eet, vindt ijzer onder meer in waterkers, peterselie, broccoli, bloemkool, pompoen, tomaten, peulvruchten, noten, citrusvruchten. Vitamine B12  heeft een invloed op de vorming van gezonde rode bloedcellen en zorgt voor een goede werking van het zenuwstelsel. Vegetariërs halen vitamine B12 uit zuivelproducten en ontbijtgranen. Eiwitten staan in voor de vervanging en opbouw van weefsel en leveren energie. Een tekort leidt tot een verminderde weerstand tegen infectieziekten. Een volwassene heeft nood aan 0,8 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag.

Mensen met hiv hebben meer eiwitten nodig, namelijk 1,2 tot 1,5g/kg/dag. Dit heeft te maken met een teveel aan cytokines en een tekort aan testosteron. 

  • Cytokines zijn eiwitten die instaan voor de coördinatie en de controle van het afweersysteem. Hiv kan de werking van en de hoeveelheid aan cytokines verstoren. Te veel cytokines kunnen leiden tot gewichtsverlies, koorts en diarree. Dit is ook een mogelijke verklaring voor het feit dat gewichtsverlies samengaat met spierverlies.
  • Testosteron is belangrijk bij de aanmaak van spieren en het onderhouden ervan. De productie van testosteron bepaalt voor een groot deel het energiepeil, de spiergroei, het vetpercentage, het welzijnsgevoel en het libido. Bij mensen met hiv wordt dikwijls een lagere hoeveelheid testosteron gevonden. Dit kan een gebrek aan eetlust, vermoeidheid, depressie, een laag libido, een verlies van spiermassa veroorzaken en een invloed hebben op het zelfbeeld. Voor een stuk kan dit opgevangen worden door het vetpercentage laag te houden, witte suikers en cafeïne te beperken.

Melk en melkproducten 

Melk en melkproducten zorgen voor eiwitten en calcium. Halfvolle melkproducten bevatten voldoende vitamines en hebben een lagere hoeveelheid verzadigd vet. Verzadigd vet verhoogt de cholesterol. Met calcium verrijkte sojaproducten zijn goede vervangers. Een volwassene heeft nood aan minstens 3, liefst verschillende, melkproducten per dag. Doordat deze producten eiwitten bevatten, zijn ze zeker ook aan te raden voor mensen met hiv.

Smeer- en bereidingsvet 

Smeer- en bereidingsvet bevatten vetzuren en vetoplosbare vitamines. Ze zorgen voor meer calorieën dan eiwitten en koolhydraten. In het algemeen zijn er voldoende vetten in het lichaam. Het is dan ook aan te raden in beperkte mate onverzadigde vetten te gebruiken. Daarnaast bieden omega 3-vetzuren bescherming tegen aderverkalking en bloedklontering. Aanraders zijn plantaardige en vloeibare margarine of olie, noten, vette vis, lijnzaad- en koolzaadolie. Bepaalde vetten zijn noodzakelijk bij de instandhouding van het immuunsysteem. Mensen met hiv kunnen dit best bespreken met een arts of voedingsdeskundige.

Restgroep 

De restgroep bestaat uit calorierijke voeding zoals chocolade, gebak, chips, snoep, koeken. Af en toe mag er wel eens gesnoept worden. Hetzelfde geldt voor alcohol. Maximum1 tot 2 glazen per dag kunnen beschermend werken tegen hart- en vaatziekten.

Hiv en specifieke voedingsproblemen

Gezonde voeding ondersteunt het afweersysteem. Het kan bijdragen tot een betere weerstand tegen de bijwerkingen van hiv-medicatie. Daarnaast kan gezonde voeding een positieve invloed hebben op het zelfbeeld en de levenskwaliteit. Bij een voedingsdeskundige kan je terecht voor informatie en persoonlijk advies over gezonde voeding, aanpassingen in het huidige voedingspatroon, dieetvoeding. Zij kunnen ook voedingstips meegeven in geval van bijvoorbeeld diarree, misselijkheid, gewichtsverlies.

  • Bij diarree is er sprake van een verlies van vocht en mineralen (natrium en kalium). Het is dan ook belangrijk om veel te drinken. Zoutrijke dranken zoals bouillon, Schweppes, Vichy, Apollinaris zijn aanraders. Bananen, appelsap, tomatensap, pure chocolade, tomatenpuree zijn rijk aan kalium. Langzaamaan kan er overgeschakeld worden naar bruine rijst, volkoren pasta, bruin brood, havermout. Deze bevatten vezels die zorgen voor een goede darmdoorvoer. Voorbeelden van voeding die de darm kunnen irriteren, zijn citrusvruchten, koffie, donkere bieren, pikante gerechten.
  • Bij misselijkheid is het goed om voldoende te drinken en regelmatig kleine maaltijden te eten. Zaken als bouillon, schijfjes appel, een aperitiefje, sorbet, kauwgom kunnen de eetlust opwekken. Sterke etensgeuren worden best vermeden.
  • Bij gewichtsverlies heeft het lichaam nood aan eiwitten en zetmeel. Zetmeelrijke producten, vooral volkoren producten, leveren energie en veel voedingsstoffen zoals vezels, calcium, ijzer en vitamine B. Eventueel kan er magere melkpoeder aan melkbereidingen worden toegevoegd en een extra zoetmiddel aan zoete gerechten. Om een hoge cholesterol te vermijden, kan gebruik gemaakt worden van onverzadigde vetten. Deze zijn terug te vinden in onder meer smeer- en bereidingsvet, noten, zaden, olijven, avocado.

Voeding en beweging

Om sportprestaties te verbeteren, wordt er best aandacht besteed aan de voedinggewoontes. Een betere energievoorziening kan ervoor zorgen dat je langer volhoudt. De belangrijkste aandachtspunten zijn  de aanwezigheid van voldoende vocht en koolhydraten in het lichaam. Die laatste zitten vooral in brood, rijst, pasta en aardappelen. Terwijl koolhydraten energie leveren, is vocht vooral belangrijk om uitdroging te voorkomen. Doordat je bij het sporten zweet, is het van groot belang ook tijdens de activiteit voldoende te drinken. Sport je langer dan een uur, dan kan een sportdrankje nuttig zijn.

Beweging

Beweging draagt bij tot een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. In die zin kan sport de kwaliteit van het leven (met hiv) vergroten. Door te sporten bouw je niet alleen spiermassa op, het zorgt ook voor een grotere weerstand, sterkere botten, een betere stofwisseling in het lichaam. Sport kan ook een positief effect hebben op stress, angst en depressieve gevoelens. 

Sporten met een gerust hart

In hoeverre sporten gezond is, hangt niet zozeer af van de sport of de prestatie op zich, maar van de voorbereiding. Blessures en oververmoeidheid kunnen met een goede voorbereiding een stuk verminderd worden. Veelvuldige letsels verhogen immers de kans op artrose op latere leeftijd.Signalen die erop wijzen dat er iets aan de hand is, zijn overdreven vermoeidheid, spierpijn die dagen duurt, herhaaldelijke blessures en geen zin meer hebben in de training. Meer alarmerend zijn pijn op de borst, uitgesproken kortademigheid of een gevoel van dreigende flauwte. Al bij al is het risico op hartproblemen tijdens het sporten miniem. Verantwoord sporten verkleint juist het risico op een hartinfarct. Het is hierbij aangeraden om de hartslag binnen bepaalde grenzen te houden. Dit verschilt van persoon tot persoon. Een hartslagmeter is dan ook nuttig. Onderzoek toont aan dat de mate waarin iemand fysiek actief is een grote invloed heeft op de levensverwachting, veel meer dan bijvoorbeeld bloeddruk of cholesterolgehalte. Het grootste voordeel wordt behaald wanneer iemand die totaal niet beweegt een beetje actief wordt.

Sportmedisch onderzoek

Een goed sportmedisch onderzoek is vanuit preventief oogpunt belangrijk. Het helpt letsels te voorkomen. Beginnende sporters doen er goed aan zich bij aanvang van intensieve sportbeoefening grondig te laten screenen en adviseren. Op oudere leeftijd met sport beginnen, gebeurt best na een grondig onderzoek door een sportarts. Zo krijgen vrouwen ouder dan 50 en mannen ouder dan 40 jaar de raad om hun hart te laten nakijken.Zeker als de persoon zich voor het eerst in een sport stort waarbij piekinspanningen komen kijken, zoals  joggen, zwemmen of fietsen aan een flink tempo.

Een klassiek sportmedisch onderzoek begint met een grondige bevraging en lichamelijk onderzoek. Lengte en gewicht worden gemeten, spieren en gewrichten gecontroleerd. Het hart en de longen worden onderzocht in rust en  tijdens inspanning. De inspanningstest gebeurt op de fiets of loopband en zegt iets over iemands conditie. Deze gegevens kunnen de basis zijn voor een trainingsschema. Na de inspanningstest volgt feedback en een verslag. Zo’n test duurt gemakkelijk 30 tot 60 minuten.

Sporttips

  • Ga voor een goede voorbereiding en een rustige opbouw.
  • Kies voor een sport die bij je lichaam past. Overgewicht en lopen gaan niet altijd samen, rugproblemen en fietsen evenmin. Bij gewrichtsklachten is zwemmen ideaal. 
  • Beoefen bij voorkeur verschillende sporten om eenzijdige belasting te voorkomen.
  • Vermageren door te sporten kan. Stem je eetpatroon ook af op een gezonde, gevarieerde voeding.
  • Luister naar je lichaam. Om vooruitgang te boeken moet je een inspanning leveren.
  • Heb je in tijden niet gesport en wil je deelnemen aan een sportevenement? Doe dan mee voor de gezelligheid en leg de lat niet te hoog.
  • Probeer vlak na het sporten iets te eten en te drinken, bij voorkeur nog voor de douche. Je lichaam is dan ontvankelijker voor koolhydraten.
  • Krijg je telkens pijn na een tijdlang sporten, consulteer dan een sportarts. Ga na of je techniek in orde is. Een trainer of sportinstructeur kan helpen.
  • Let er bij de keuze van loopschoenen op dat de hiel stevig omsloten wordt, de tenen genoeg ruimte hebben en de zool alleen ter hoogte van de grote teen soepel is.
  • Neem de laatste volwaardige maaltijd voor de sportactiviteit twee tot vier uur vooraf. Eet vlak ervoor nog een kleinigheid.
  • Trek vóór de eigenlijke sportprestatie een kwartier uit om op te warmen. Zo loop je minder risico op blessures.

Sporten met effect

Er is een verschil tussen sporten om gezond te blijven en sporten om de conditie te verbeteren. Voor het eerste volstaat het dat je elke dag een half uur beweegt, zoals flink stappen. Doordat het bloed sneller stroomt, vermindert de kans op aderverkalking en bloedklonters. Bovendien is er een onrechtstreeks effect op de gezondheid, doordat gewicht, bloeddruk en cholesterolgehalte dalen. Spierkracht wordt opgebouwd door twee keer per week echt te sporten, bijvoorbeeld een uurtje lopen of fitnessen. Om echt de uithouding te verbeteren, is drie keer per week trainen een minimum. Rustig trainen is hierbij aan te raden. Een tip is dat de sporter nog in staat is om te blijven praten tijdens het sporten. Ben je de uren of dagen na de training echt uitgeput, dan ben je te diep gegaan en dien je de trainingsintensiteit aan te passen.

Roken 

Roken schaadt de gezondheid. Roken veroorzaakt ernstige gezondheidsproblemen: kanker, luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten, een groter risico op leukemie, een grotere kans op osteoporose, een grotere kans op maag- en darmzweren, diabetes, gehoorverlies, huidaandoening, tandverlies en oogaandoeningen. Roken kan bovendien een effect hebben op de vruchtbaarheid en bij mannen tot impotentie leiden. Er zijn dus een heleboel redenen om te stoppen met roken. 

Zowel mensen met als zonder hiv kunnen hiermee te maken krijgen. Doordat de weerstand van mensen met hiv al verminderd is en roken deze weerstand verder verzwakt, is er een grotere kans op infecties van longen en luchtwegen, schimmelinfecties en witte slijmvliesveranderingen in de mond. Mogelijke problemen van de lever door hiv-medicatie kunnen verergerd worden door te roken. Het risico op osteoporose vergroot. Bij vrouwen met hiv kan roken het risico op een infectie met het humaan papillomavirus (HPV) verhogen. Dit virus kan genitale wratten en baarmoederhalskanker veroorzaken. Roken kan ook een effect hebben op de ernst van een HPV-infectie. 

Stoppen met roken

Stoppen met roken heeft altijd zin, maar makkelijk is het niet. Sommige mensen stoppen met roken van de ene dag op de andere, anderen doen er hun hele leven over. Sommige mensen doen het zelf, anderen laten zich begeleiden.

Een arts kan hulpmiddelen voorschrijven. Daarnaast kunnen mensen ook terecht bij tabakologen. Tabakologen zijn gespecialiseerd in de problematiek van rookstop, geven advies en informatie, begeleiden mensen individueel of in groep. Een goede begeleiding is niet te onderschatten. Mensen worden gestimuleerd hun gedrag te veranderen en krijgen heel wat nuttige tips. De afhankelijkheid van nicotine, de motivatie om te stoppen, het rokersprofiel wordt onder de loep genomen, de aanpak en het eventuele gebruik van hulpmiddelen besproken. Tijdens de sessies leert een roker heel wat over zijn eigen rookgedrag. De meeste mensen die zo’n programma volgen, gebruiken ook een hulpmiddel. Ofwel nicotinevervangers zoals pleisters, kauwgom, zuigtabletten, inhalers (vrij verkrijgbaar in de apotheek) ofwel medicatie op voorschrift. De medicatie werkt in op de hersenen en zorgt ervoor dat de roker minder zin heeft in sigaretten.

Consultaties om te stoppen met roken bij een arts of erkend tabakoloog worden sinds 1 oktober 2009 voor alle rokers gedeeltelijk terugbetaald. Het gaat om een terugbetaling van een forfait van 30 euro voor een eerste raadpleging. Daarna is er een terugbetaling van een forfait van 20 euro per sessie, met een maximum van 8 raadplegingen. Voor zwangere vrouwen bedraagt de terugbetaling 30 euro per sessie. De dokter of erkende tabakoloog zorgt voor de nodige documenten die de cliënt zelf aan het ziekenfonds bezorgt.

Rookstoptips

  • Denk na over de motivatie om te roken
  • Op stoppen met roken staat geen leeftijd 
  • Stop pas met roken uit eigen keuze (of noodzaak)
  • Kies een geschikt moment uit
  • Zet de voordelen op een rijtje
  • Vermijd rokerige plaatsen en gooi alle rookaccessoires weg
  • Doe meer aan lichaamsbeweging, kom veel buiten
  • Aarzel niet om hulp te vragen
  • Verminderen zonder echt te stoppen is ook al zinvol

Begeleiding

Meer informatie of concrete hulp, vind je bij onder meer de volgende organisaties:

levenmethiv.be werd mee mogelijk gemaakt door